All The Cows
26 mei 2009
vanuit
1. Goldina
2. Nina
3. Amsel
4. Roma
5. Bertina
6. Alpenrose
7. Rosa
8. Ulla
9. Gabi
10. Alessia
11. Gardena
12. Ahorn
13. Enzian
14. Miriam
15. Karla¨
16. Elisa
17. Ricola
18. Raissa
19. Gloria
20. Rita
21. Diva
22. Elvira
Handen uit de mouwen
22 mei 2009
vanuit
Over Bern en Lausanne zal ik zeker nog wat schrijven, over de andere uistapjes hopelijk ook, maar eerst eens een uitgebreid bericht over mijn doordeweekse werkdagen, hoe alles hier in elkaar steekt en wat hier zoal mijn taken zijn.
Iedere ochtend gaat hier om half 7 mijn wekker, zodat ik een beetje rustig wakker kan worden, koffie kan inslaan om dan om 7 uur aan de slag te gaan.
Ontbeten wordt hier pas om 8 uur, mijn eerste werkuur verricht ik dan nog op een lege maag, gedreven door het vooruitzicht van het aankomende Morgenessen. De eerste dag was dat nog even aardig wennen, om zonder koffie en eten direct aan de slag te gaan, terwijl alle nog nieuwe uitleg over de werkzaamheden en allerlei taken die je voor het eerst moet uitvoeren van alle kanten uit de stal op je af komen, terwijl het enige wat je op dat moment het liefste van alle kanten op je af ziet komen eten is, of tenminste koffie.
Koffie weet ik inmiddels gewoon elke ochtend nog voor het werken te scoren, op een gegeven moment ben ik mezelf dan gewoon maar twee koppen gaan zetten in de keuken, en dat is ook absoluut geen probleem.Een uitstekend koffieapparaat hebben ze hier, een swiss made apparaat van het merk Jura met een stylisch zwart-zilveren model, aangeprezen in de commercial door Zwitserland`s darling, Roger Federer. Je laat hem dan eerst met het geluid van een blender opstarten, dan de leidingen doorspoelen met water, zodat ie uiteindelijk paraat staat om je van heerlijke koffie te voorzien.
Dat direct hard werken met enkel koffie op de maag gaat me inmiddels uitstekend af, enkel nog een paar sigaretten erbij en het voedzame Jim Jarmusch ontbijt zou compleet zijn.
Aan de slag gaat het dan, en tussen opstaan en ontbijten is de main target van Werner Matthys het melken van de koeien, the white liquid gold dat het grote exportproduct van deze boederij is. De melkboer komt om de twee dagen met zijn grote, massieve melktruck waar dan al honderden liters van andere boeren is verzameld, om met een slang in geringe tijd de paar grote melkcontainers van Bättwil leeg te halen. Melken is trouwens één van de belangrijke taken op deze boerderij die ik niét doe, dat doet enkel en alleen Werner (of David of Gisela in het enkele geval dat ze voor hem invallen).
Boerderij Bättwil is als volgt ingedeeld: sta je voor de huisdeur van de boerderijwoning, dan loopt rechts van de deur die woning nog een klein beetje verder, en zitten links de koeienstallen vast aan de woning. Als je dan voor de huisdeur staat en nu negentig graden naar links gaat, dan kom je in een overdekte buitengang met dus aan je rechterhand de koeienstallen, en aan je linkerhand o.a. enkele wc`s , de kleine ruimte waarin de melkapparaten worden afgehangen en leeg worden gepompt als ze vol zijn, en dan een grote doorgang naar buiten waar zich dan de mesthoop bevindt en de silo`s, en wat verderop een garage, een paar schuren en nog enkele huizen die ook bij Bättwil horen en zijn onderverhuurd.
Terug naar de koeienstal. Sta je met je neus voor de koeienstallen (met achter je die grote doorgang en rechts van je die overdekte gang die dan uitkomt bij de voordeur van het woonhuis) dan heb je in het midden van de stallen een brede doorgang waar al het eten dat de koeien krijgen (voornamelijk gras) in grote hopen op de grond ligt, klaar om met een hooivork of schep in de voederbakken te worden bezorgd. Aan weerszijden van dit met groene grashopen bespikte brede pad zijn dan dus links en rechts symmetrisch de voederbakken (Krippen), met daarachter de koeien op personal space van zo`n één bij twee meter, op een soort van plastic, stevige ondergrond waar dan `s ochtends en `s avonds zaagsel wordt gestrooid, zodat de koeien comfortabel op het zaagsel kunnen liggen. De koeien zijn allemaal met een soort hondenriem (maar dan voor koeien) vastgeketend aan het stalen hek voor hen, en aan de achterkant is hun staart bovendien ook nog eens aan een elastisch touwtje vastgebonden, zodat die dan enkele decimeters boven de grond bungelt. Dit om te voorkomen dat de staarten in de koeienstront komen te hangen wanneer de koeien gaan liggen, en zo een spetterend, bescheten zooitje maken van de stal en de naburige koeien.
Achter de rechthoekige cow cubicles zijn tralies in de grond (waar ze zich niet in kunnen verstappen) en waar dan alle uitwerpselen op vallen en ook vaak een beetje doorheen vallen. Onder de tralies heb je een kleine gracht die Werner af en toe laat leeglopen en dan uitkomt op een groot, stinkend zwembad van vloeibare, verdunde koeienmest, omheind door gevangenisachtige hekken en prikkeldraad. Wanneer gewenst kan deze mest dan over de akkers en grasvelden worden gesproeid, wat het groeien van de flora een flinke, natuurlijke boost geeft.
Op de zojuist beschreven koeplekken staan en liggen voornamelijk de melkkoeien. Aan beide kanten heb je dan daar achter nog wat vergelijkbare ligplekken (voor de nietmelkgevende runderen, waar geen zaagsel wordt gestrooid maar stro) en daarnaast wat kleine stalletjes voor een paar kalfjes. Tussen de ligplekken van de melkkoeien en de resterende ligplekken en stalletjes loopt dan nog eens een stenen pad, waar de Bättwilmedewerks kunnen lopen als ze de koeien willen melken, zaagsel willen strooien, of wat dan ook.
Even ter overzicht, zo loopt het van rechts naar links: de woning van de familie Matthys; de grote koeienstal met aan weerszijden de cow cubicles voor de runderen en de stalletjes voor enkele kalfjes, iets meer naar binnen looppaden, nog wat meer naar binnen de cow cubicles van de melkkoeien, en precies in het midden een breed pad waar hopen voer liggen; en links van de koeienstal zit dan ook nog een kleine varkensstal, maar daar kom ik slechts zelden.
Achter de stallen opent een grote schuifdeur naar een terrein met de kleine stallen van de drie ezels, het paard, de vierde ezel Paul (ik noem hem wel eens John Paul Jones), een kleine stal met nog tien (grotere) kalveren, een kleine stal voor de geiten, en het kippenhok.
Toen ik trouwens onlangs aan het werk was bij de stallen van het paard en de ezel Paul hoorde ik plotseling een venijnig sissen, als afkomstig van een slang, maar dat bleek te komen van één van de katten, die zich achter de stallen een afzijdig plekje had gezocht in het stro, omdat het kleine katjes had gebaard. Elke keer dat je te dicht bij komt begint de moederkat fanatiek en nijdig te sissen, haar vier kleine nakomelingen moederlijk beschermend.
`s Morgens tussen opstaan en ontbijt melkt Werner dus de koeien, waarvan de melk dan wordt afgescheept naar de Zwitserse zuivelfabrikant Emmi. Toen de runderen ook nog in de stal stonden (de eerste paar weken), had ik nog vooral mijn handen vol aan het schoonmaken van de flink ondergescheten ligplekken en tralies daarachter. Met een metalen schrobber, met een sterke, brede, rechthoekige kop schraap je dan eerst alle mest en bevuilde zaagsel of stro weg, op de tralies of in de greppel die achter de runderen loopt. Die schuif je dan in zo effectief mogelijk hopen, om dan met een hooivork in een kruiwagen te deponeren (Garette noemen ze die hier), dump je ten slotte op te mesthoop. Nog wat strooien van voldoende en schoon zaagsel of stro zodat de dieren weer fris kunnen liggen, en een paar emmers water over het looppad zodat dat wordt schoongespoeld (want ook dat krijgt mest af). Dan is dat karwei geklaard.
De runderen gingen echter na een paar weken de wei op om daar 24/7 te verblijven, gras grazend, luieren, over het veld rennen, hun ding doen. Afgelopen dinsdag werden ze dan opgehaald om op vakantie te gaan, en vakantie is hier niet een eufemisme voor de slachtbank, maar een heerlijke vakantie van mei tot oktober in het berggebied van de Jura. Daar is dan genoeg gras, de familie Matthys zou anders niet genoeg velden hebben om alle runderen en melkkoeien van gras te voorzien, dus betalen ze om de koeien in de Jura onder te brengen. Weliswaar geen Ibiza, maar die runderen hebben zeker niks te klagen.
Er valt dus inmiddels wel wat minder te mesten, al is het nog wel steeds mijn taak om de melkkoeien elke morgen aan een schone personal space te helpen. Ook schep ik met een hooivork gras in de voederbakken wanneer moet worden bijgevoerd. Toen de runderen er nog waren verzorgde ik de koeien ook van voedsel, nu is het echter minder ingewikkeld, aangezien er enkel sprake is van groen, versgemaaid gras. Aan het begin van mijn verblijf was het maaiseizoen nog niet begonnen, en had je voorgefabriceerd voedsel uit de winkel, een soort gedroogd gras, Rübenschnitzel en iets wat ze hier Mais noemen, maar niet helemaal hetzelfde is als het mais wat wij mensen op ons bord krijgen.
Ook breng ik sinds de afgelopen weken de ezels, het paard en de geiten ieder een mand (Korb ) gras, en neem zo werk van Elisabeth Matthys uit handen, en breng ik de jongste kalfjes een emmer met melk (dit deed eerst Werner zelf). Met een hoekige 1 liter scheplepel vul ik dan de emmers met precies vastgelegde hoeveelheden melk varierend van 2 tot 6 liter. De kalfjes krijgen dat dan voor hun neus gezet en slurpen het in minder dan 2 minuten gulzig op, vaak beginnen ze al een kwartier van tevoren aandachttrekkend en verbaasd te loeien. Bij het kleinste kalf (slechts een maand oud) moet ik de emmer vasthouden zodat het eruit kan drinken, de twee stierkalven bestemd voor de slacht krijgen nog eiwitsupplement, een zoet ietwat naar vanille ruikend witcrèmekleurig poeder, in hun melk, wat dan per hand met een garde erdoorheen wordt gemixt.
Als het melken en voederen erop zit, worden de koeien dan meestal nog voor het ontbijt de wei opgedreven. Voor alle zijwegen wordt dan een wit touw strakgespannen zodat de koeien het niet in hun hoofd halen van hun route naar de uitgekozen wei af te wijken. De koeien worden dan losgemaakt van hun cubicles, hun staarten ontbonden, en met het dreigen van houten stokken en opruiende `hohoho`s en hophops worden de koeien dan de stal uitgedreven, om ietwat beduusd en loeiend naar de wei te lopen. Daarna wordt ontbeten, zowel door ons als door de koeien op het wijde veld.
Rond half 5 drijven we de koeien dan weer terug naar de stallen, krijgen ze Würfel (brokjes, supplementen met mineralen en zout voor extra melkproductie), en vindt eigenlijk hetzelfde proces plaats als `s ochtends, met ook in feite dezelfde taken voor mij.
In de tijd tussen half 9 en half 5 wordt ook gewerkt (en gepauzeerd), en worden alle extra klusjes verricht die op die dag moeten worden verricht. Maar dat zijn heel veel verschillende kleine klusjes, meer daarover later.
Animal Farm
09 mei 2009
vanuit
-52 cows
-7 varkens
-7 katten
-5 geiten
-5 schapen
-5 kippen
-4 ezels
-2 ganzen
-2 eenden
-1 paard
-1 hond
De 52 koeien kun je opsplitsen in 22 melkkoeien, 15 Rinder (koeien die nog geen kalfjes hebben gehad en nog geen melk geven) en 15 kalfjes, waarvan 3 stierkalveren: één om later nageslacht op te wekken, twee voor de slacht. Had ik dit bericht nog voor afgelopen woensdag geschreven dan had ik nog een vierde stierkalf moeten vermelden.
Bijna alle koeien zijn trouwens van het type wit met bruine vlekken, Savard Chicoutimi koeien. Eén rund en één melkkoe zijn wit met zwarte vlekken, Bigniter Ole, maar die zwart-witte melkkoe is ziek, eet slecht en geeft maar weinig melk. De veearts weet niet waar het aan ligt, volgens Werner moet er iets aan haar verteringsstelsel zijn dat ze niet zoveel eet als de andere koeien. Ook een theorie: de zwart-witte koe voelt zich zo anders temidden van al die eensgezinde bruin-witte koeien dat ze door de drang om zich aan te passen psychologisch flink in de knoop is geraakt. Gevolg: anorexia.
De varkens worden gehouden voor 1 augustus, de nationale feestdag in Zwitserland, waar de familie Matthys een groot feest zal geven. Met veel eten.
Van de katten is er eentje, Nanuk, altijd binnen. De familie heeft hem gekregen van een rijke dame die aan kanker overleed en de kat altijd zeer vertroetelde, hem regelmatig naar de kapper bracht en hem alleen maar speciaal afgestemd eten gaf. De kat is daardoor zeer tam, verfijnd en open tegenover mensen, maar kan totaal niet opschieten met de andere zes katten die buiten rond het huis zwerven. Die zijn dan weer extreem schuw en wonen in een soort post-apocalyptisch klauterterein met een klein houten hutje en wat kratten, wat me doet denken aan het opgebouwde guerillarijk van Colonel Kurtz aan het einde van Apocalypse Now. Dit rommelige rijk der zwerfkatten bevindt zich achter het huis en niet ver van mijn slaapkamerraam. Wanneer ik het raam wijd open laat staan om verse lucht binnen te laten komt het nog wel eens voor dat zo`n beest door m`n donkere kamer speurt en snel wegsprint wanneer ik `s avonds binnenkom.
De geiten zijn twee moedergeiten die in de afgelopen dag beide jonkies hebben gebaard, een tweeling en toen de ander ook een jonge geit. Net golden retriever pups, die drie.
Van de vijf kippen is er één geen kip maar een haan, die in de ochtend dan ook met zulke klanken kraait zoals het cliché het voorschrijft. Maar niet alleen bij zonsopgang, ook gewoon wanneer het hem bevalt. Zijn vier hokgenotes leggen de bruine en witte eieren die dan tijdens het ontbijt en tijdens de koffiepauzes op tafel staan, net zoals dat de melk die we `s ochtends beim Morgenessen drinken vers van de nabije koeien komt.
De ezels heten Nino, Paul, Julius, en Pepino, en de vakantiegasten en de dochters maken er wel eens een ritje op. Vooral Paul maakt veel lawaai. Het paard heet Lara, en is gekocht van een gevangenis, 15 km verderop in het Emmental.
De hond heet Faron (van farao), van het hondenras bergamasque, en is een grote, grijze, krullende loebas om van te houden. Hij heeft buiten een ingedeukte, afgeknauwde plastic fles waar hij soms helemaal op los gaat.
Ze hadden op Bättwil ook een eenhoorn, genaamd Gary, maar die is overleden, want eenhoorns bestaan niet.
Jungfrau
02 mei 2009
vanuit
Ik zal dan dus ook wat bondiger zijn in het schrijven van mijn aankomende verslagen, en waarschijnlijk meer op thema schrijven dan chronologisch: een dagboek netjes geordend op tijd, verhalend over alle details is simpelweg niet te doen, tenminste niet als ik mijn vrije tijd ook een beetje wil besteden met het gezin hier, de omgeving genietend, ontspannend. En niet met elke vrije minuut achter de pc gekluisterd.
Ik zal dan ook waarschijnlijk nog wat later een uitgebreid bericht schrijven over mijn werkzaamheden hier, wat goed samenvattend kan worden gedaan aangezien de meeste klussen dagelijkse kost zijn (stal uitmesten, dieren te eten geven, runderen voorzien van stro en zaagsel om op te slapen, voedselvoorraden aanvullen, koeien de wei opdrijven, van dat soort slag) en ik in de overige uurtjes zelfstandig of met Werner de extra, niet dagelijkse klusjes van die dag verricht (kapot schrikdraad herstellen, hout sjouwen, het leer van de koeibellen met houdbaarheidsolie bewerken, etc.). Een nauwkeuriger, verduidelijkender verslag over mijn werk hier komt dan later, in ieder geval gaat het werken goed en gaat het uitstekend met me.
Waar ik nu liever eerst over schrijf is mijn eerste grote reis hier in Zwitserland, nu het nog enigszins vers in m`n geheugen ligt. Petra Mathys, de dochter van 23, woont eigenlijk niet meer thuis maar laat zich van tijd tot tijd weer eens zien op Bättwil. Afgelopen dinsdag kwam ze in de avond even langs en vertelde dat ze van plan was om de volgende dag de Jungfrau op te gaan, met 4158 meter de op twee na hoogste berg van de Berner Alpen. Ze had een dagje vrij van haar werk en ging samen met een goede vriendin, Marion, die ook nog eens haar zus Andrea meenam. Petra vroeg of ik meewilde. Keuze was snel gemaakt.
Zo was het dat ik de volgende ochtend een half uur eerder opstond dan normaal om nog even de stal uit te mesten, maar om verder na een douche en een ontbijtje een volledig vrije dag te hebben. Vrij van werk, in die zin.
Mijn eerste week hier in Burgdorf had de zon volop geschenen en liet het stralende lenteweer de Emmentaler heuvels bloeien, floreren en leven zoals dat in de lente eigenlijk overal hoort te gebeuren. Nu was het omgeslagen in grijs, druppend regenweer, wat het dan ook extra aantrekkelijk maakte om die dag de groene heuvels om te ruilen voor de witte, eeuwige sneeuw van de Alpen. De honderdste ambstdag van president Barack Obama was het, toen Petra en ik over de landwegen, kronkelend door het Zwitserse landschap omgeven door sympathieke heuvels van telkens weer wisselend uiterlijk, de Emmental verliet en door het Mitteland Interlaken bereikten, na ondertussen Marion en Andrea te hebben opgepikt.
Interlaken ligt aan de voet van de Alpen ingeklemd tussen de twee meren Thunersee en Brienzersee, en het station daar is één van de mogelijke plekken om op te stappen in de Jungfraubahn, de stijgende spoorlinie die je, eerst via normale spoorwegen, later via speciale, extra houvast biedende rails, de Jungfrau omhoog brengt. Naarmate we hoger kwamen begon de sneeuw eerst voorzichtig, later steeds meer zelfverzekerder te vallen, en begon het sneeuwpanorama dat ik door de treinramen mocht waarnemen steeds meer karakter aan te nemen.
De zo`n 2,5 uur durende tocht is eigenlijk zeer prijzig (zo`n 170 Franken), maar omdat Petra nog voldoende Coop kortingstickets had liggen werd de prijs om meer dan de helft goedkoper gemaakt. De (volledig Zwitserse) dames in mijn gezelschap waren trouwens ook nog nooit op de Jungfrau geweest, mede omdat de tocht naar de top dan toch niet zo bijzonder is voor zo`n hoge prijs. Toen Petra echter onlangs in Zuid-Korea was en elke in Zwitserland geweeste Zuid-Koreaan die ze ontmoette wél op de berg was geweest besloot ze dat het toch maar eens tijd werd.
Over Aziaten gesproken, daar waren er erg veel van op de weg naar de Jungfrau en op de Jungfrau zelf (hopelijk in het zelfde aantal, ik zou het verontrustend vinden als sommigen ondertussen uit de trein waren gegooid). Toch wel een derde tot de helft van alle touristen was Aziatisch, vooral veel Chinezen en ook opvallend veel Indiase bezoekers. Het is natuurlijk wel één van de meest go-to plekken in Zwitserland maar ik ontdekte daar ook dat de Jungfrau een zusterberg in China heeft, in de buurt van Shanghai.
Boven aangekomen liepen we door het ijspaleis wat daar is aangelegd, een interessante, leuke ervaring, maar ook precies zoals je je zo`n ijsaangelegenheid zou voorstellen. Vooral veel gangen met blauw-witte muren van glanzend, afgewerkt, massief ijs, met hier en daar aardige culpturen van ijs. Geen bedden met elandvellen of een boozebar van ijs.
Ook buiten het ijspaleis had je daar hoog boven nog een tentoonstelling, van een kunstenaar die het blijkbaar erg aansprak om grote, glanzende ballen van metaal te gebruiken als kern van zijn kunstwerken, verspreid over wat grote hallen, waar je trouwens ook een hondentrainer had met husky`s die de touristen mochten aaien.
Echt interessant was natuurlijk de top van de Jungfrau die je met een lift kon bereiken. Met het slechte weer was het zicht verre van kristalhelder, maar afgezien ervan dat het sneeuwstormige karakter daar ook zijn charme had, lieten de voorbijdrijvende wolken het van tijd tot tijd ook toe dat je toch nog een aardig blikveld had. Hoge machtige bergen, sneeuw op de toppen en ook op alle andere plekken, diepe dalen met lage wolken. Zicht had zeker erger gekund.
In één van de restaurants (je had volgens mij ook een Indiase eetgelegenheid) aten we toen rond tweeen Mittagessen, waar ik met mijn provencaalse lamsrug met heerlijke Röstikroketten tot nu toe het lekkerste stuk vlees heb gegeten zo ver als mijn geheugen dat toelaat. Met de trein dan weer naar beneden, terwijl geleidelijk en subtielerwijs de sneeuw weer langzaam smolt. Erg was het niet om met de trein weer te slenteren langs de dorpen in de groene, lagere valleien, ik denk dat ik ook zonder de hoge bergen een hele mooie tijd hier zal hebben.. Niettemin ben ik blij om weer de prachtige, besneeuwde Alpenreuzen te hebben gezien, ik denk dat één dag bergen voor dit verblijf in Zwitserland voldoende was. Heerlijkheid met mate, des te meer genot.
Nog wat gedronken in een chique hotel waar Petra en Marion vroeger werkten, toen weer richting Emmental. Al bij al een prima eerste reis naar een fantastische locatie, met erg gezellig gezelschap.
Morgen wacht dan de tweede Ausflug: een zondag in Bern.
Schlafen im Stroh
28 apr. 2009
vanuit
Ruim een week geleden is het nu dat ik vertrok van Rijswijk Station, glazen piramide aan de zichtbare bovenkant, ongure en op willekeurige dagen naar zwavel riekende tunnel aan de langgerekte, verborgen onderkant. Op maandag 20 april nam ik de trein om me via Rotterdam en Utrecht door Nederland te laten uitspugen, via het vliegveld van Frankfurt en Mannheim Duitsland te doorklieven, en door de aankomsthavens van Olten en Burgdorf me recht in het hart van Zwitserland te vestigen. Vele kilometers aan aarde en bewerkt spoorwegenstaal, van begin tot eind afgelegd door puur, eerlijk treinvervoer.
Het was een reis die vooral werd verbracht in vornehme, ruime ICE-Abteile, aangenaam rustig en in het gezelschap van slechts enkele andere reizigers, waar de vele uren zich konden investeren in vooral kranten, muziek en slaap.
De bewuste aankomst in Zwitserland was er één van grijs, druppend aprilweer bij mijn plotselinge ontwaken op het station van Zürich. Maar toen ik eenmaal in Olten wachtte voor de laatste trein, was de zon weer mild en vriendelijk aanwezig, en mocht ik me in de Zwitserse stoptrein naar Burgdorf verblijden aan de groene, volle heuvels die de trein aan weerszijden sierden. Dat, en het kleine nieuws/showbizzkrantje wat bij wijze van een soort Metro van de Zwitserse Spoorwegen door de hele trein was verstrooid. Nee, toch vooral de heuvels en de zon.
Op het station van Burgdorf werd ik opgehaald door Frau Elisabeth `Lisbeth` Mathys, de vrouw des huizes, met wie ik ook al eerder had gecorespondeerd via de telefoon. Het echtpaar Mathys bestaat naast Elisabeth uit boer Werner `Chef` Mathys, en ze hebben samen vier kinderen: de drei Mädchen Olivia, Petra en Gisela (respectievelijk 18, 22 en 24), en 1 Knabe.
Die zoon is net als ik 20 en heet net als ik David, en hij voert momenteel zijn militaire diensplicht uit. In Zwitserland is elke jongeman vanaf een bepaalde leeftijd verplicht om eerst enkele maanden een militaire opleiding te volgen en vervolgens nog wat tijd in de kazerne militair paraat te staan, om in actie te komen wanneer bijvoorbeeld sprake is van een brand of een andere (natuur)ramp. Tijdens deze diensttijd zul je waarschijnlijk ook naar het front moeten wanneer Zwitserland in een oorlog raakt verwikkeld (wanneer was de laatste keer dat dat gebeurde?), maar David Matthys is er redelijk laconiek onder en is niet echt onder de indruk dat die kans groot is.
De meeste Zwitserse mannen vervullen hun dienst verspreid over enkele jaren, door elk jaar zo`n drie weken te dienen, David echter heeft alle af te leggen dienst in dit jaar gestopt zodat hij er dan een punt achter kan zetten. Hij is dan doordeweeks vijf dagen in de kazerne, `s weekends thuis op de boerderij waar hij dan ook meehelpt. Van Olivia, de jongste dochter, heb ik begrepen dat sommige jongens onder de militaire plicht proberen uit te komen door zichzelf ongeschikt te maken voor dienst. Dit betekent niet ze dat ze bereidwillig en monter met een hakmes een hand afhakken (mijn eerste associatie), maar met leugens en opzet zakken voor de medische keuring. Als alternatief moeten ze dan een andere maatschappelijke dienst draaien. Meisjes zijn niet onderworpen aan de militaire plicht, mogen het echter wel vrijwillig doen. Worden dan ook geacht het af te maken.
Van de Burgdorf Hauptbahnhof is het slechts 5 à 10 minuten tot de boerderij Bättwill. Burgdorf is zoals de naam doet misleiden geen dorp maar een stad, op 533 meter hoogte, met 15.000 inwoners de grootste stad van Emmental (een gebied in het Kanton Bern). Vanaf Bättwill gezien lijkt het alsof Burgdorf in een dal ligt, al weet ik niet of er bij een dal uit principe sprake moet zijn van bergen. Bergen komen in deze omgeving niet voor, enkel hoge heuvels, hele mooie hoge heuvels.
Er maar gewoon van uitgaande dat een dal ook omgeven mag zijn door heuvels, ligt Burgdorf dus in een dal, omgeven door omhoog rijzende heuvels. En ca. een kilometer zo`n heuvel op, zuid-oostelijk van Burgdorf, ligt Bättwill.
Het was rond achten, toen ik Bättwill bereikte, en dat is bij de Familie Mathys de tijd van het Abendessen. `s Middags wordt er een warme maaltijd met vlees gegeten zoals wij Nederlanders hem in de avond eten, en`s avonds wordt er niet, zoals ik uit het Duitsland ken, Abendbrot met brood en beleg gegeten, maar weer warm, zij het iets bescheidener en (in principe) zonder vlees. (het grote verschil met de middag) Op mijn eerste avond en als eerste ervaring op deze nieuwe stek aten we daar aardappels (die je nog zelf diende te schillen) met salade en een brede selectie aan lekkere, Zwitserse kaas. Daar ontmoette ik na Elisabeth ook Olivia en Werner, de boer.
Werner maakte tijdens deze eerste gelegenheid een wat strenge, ietwat humeurige indruk, lichtelijk versterkt door zijn zwijgzaamheid, om mij slechts zo nu en dan op serieuze toon de algemene vragen te stellen. Ik kreeg de indruk dat hij nog niet helemaal zag zitten dat zo`n onervaren werkkracht op zijn boerderij komt werken, bovendien slechts zeven weken, en dat de eerste indruk van de geregelde werkhulp, die nu was aangekomen, ook niet al te overweldigend was om zijn scepsis weg te nemen.
Inmiddels heb ik het idee gekregen dat hij zo altijd is tijdens de maaltijden, zeker na een lange, stevige dag in de stallen. Niet al te spraakzaam, in zijn Switzerdütsch wat bars en hard klinkend, tijdens de afwezigheid van een lach serieuzer lijkend dan hij werkelijk is, en door zijn grote bril strenger lijkend dan hij werkelijk is. Ook heb ik al snel ontdekt dat zijn Hochdeutsch maar wat gebrekkig is, dan is hij niet zo in zijn element dan in zijn moedertaal, Switzerdütsch, wat de communicatie tussen ons nog wat stroef maakte. Al bij al wel een redelijk no nonsense type, maar met toch wel humor en meer warmte dan de eerste indruk je doet denken. En mijn eerdere indruk dat hij eerder sceptisch was over mijn komst was waarschijnlijk behoorlijk overschat. Fooled by appearance.
Na het eten bleven Werner en ik aan de tafel achter, en het contact was nog altijd wat aan de stroeve kant. Misschien bij wijze om het contact wat te doen weken, misschien ook bij wijze om me te introduceren op zijn boerderij liet hij me een collageboek zien met foto`s van de extra activiteiten op Bättwill.
De boerderij haalt haar inkomsten voor het belangrijkste deel uit de melkproductie van de koeien, richt zich voor neveninkomsten echter ook op vakantiegangers met een vakantiewoning, ezels voor uitstapjes met de gasten, en de mogelijkeheid om te `Schlafen im Stroh` (overnachten in het stro op de schuurzolder boven de koeienstal).
Hoe hij me deze foto`s liet zien had wat weg van een Russische grootgrondbezitter die aan een gast, met sterk accent in gebroken Engels, trots de verre uithoeken van zijn landbezit laat zien, de hele tijd breed lachend met vooruitgestoken borst, en met grote, parmantige gebaren aanvullend waar zijn Engels te kort schiet. Werner deed het misschien met wat minder van de vooruitgestoken borst en het brede grijnzen, maar deed het ook in ietwat gebarsten Hochdeutsch en met een schijnbare, redelijke trots. Ik denk dat ook deze indruk niet helemaal correct was, pronken deed hij waarschijnlijk uiteindelijk iets minder, me zoals gezegd introduceren op deze boerderij iets meer.
Ook liet hij me kennis maken met de koeienstal, waar zo`n dertig koeien op vastgelegde plekken wat voor zich uit loeiden en herkauwden, met hier en daar veel gezwaai van witte, lange koeienstaarten. In de hele stal klonk muziek uit de radio van het type jodelmuziek, hoempa hoempa en ook ergens in de verte een toefje Zwitserse walsmuziek. Werner zei dat het aanstond voor de koeien, want die produceren daardoor meer melk
Zo`n stal gevuld met koeien, in al hun droogheid, met daaroverheen de klanken van deze hoempa hoempa jodelmuziek – het is een erg verrassend schouwspel, zeker niet zonder haar charme.
Mijn kamer hier is op de begane grond, niet ver van de keuken en eetkamer, en is eenvoudig maar knus met voldoende ruimte, en is precies wat ik nodig heb. Ik slaap er niet in het stro, maar in een heerlijk, comfortabel bed.
Het laatste wat ik die avond nog waarnam was, afgezwakt door de gordijnen van mijn kamer, een bliksemschicht in de donkere nachtlucht. In de ochtend werd me verteld dat het in de nacht een beetje geregend had, wat met de droogte van de afgelopen tijd goedkeurend was ontvangen.
Farmtastic
21 apr. 2009
vanuit
Via Travel Active kwam ik dit Work & Travel project op het spoor, `Boerderijwerk in Zwitserland`, waar ik vijf à zes dagen in de week meehelp op een boerderij, weliswaar zonder riant salaris maar met gratis inwoning en een aardig zakgeld, en met minimaal één dag in de week vrij om te reizen en Zwitserland te verkennen.
Wat me aan specifiek dit project aansprak was ten eerste om eens dit soort werk te doen: lekker fysiek, stevig en niet al te ingewikkeld, met bovendien veel dieren en natuur in de frisse, onvervuilde buitenlucht in een prachtige omgeving, en (samenvattend, eigenlijk) op een boerderij. Mijn aangename herinneringen aan de vroegere, veelvuldige vakanties op het platteland in Wales zullen waarschijnlijk achter de schermen een rol hebben gespeeld om hiervoor te gaan.
Ten tweede had je daar het land, Zwitserland, land van kaas, bergen en Roger Federer, waar ik eigenlijk ook alleen maar positieve ervaringen mee heb gehad, en dat ik met haar mooie (hoogte)landschap, mij nog onbekende steden als Basel en Bern, en het mooie, grotendeels onverstaanbare en nog enigszins ondoorgrondbare Switzerdütsch, graag beter wil leren kennen.
En ten derde was het ook wel een plus dat ik met dit project een niet al te geringe tijd de grens over kon, maar toch ook zo kon plannen dat ik midden juni op tijd weer terug kan zijn in Amsterdam, voor de tweede fase van de decentrale selectie van geneeskunde (aan de VU).
Inmiddels is de treinreis al achter de rug, ben ik succesvol aangekomen op plaats van bestemming, en heb ik ook al reeds mijn eerste werkdag als boerenknecht succesvol afgerond. En in plaats van om de introductie van dit reisverslag voor vertrek te hebben geschreven, leek het me leuker en eens verfrissend om hem te schrijven aan het einde van de allereerste dag.
De verhalen van de reis, de eerste observaties en de eerste dag zullen dan ook een andere keer volgen, de inleiding blijft de inleiding.
En met het hebben vervuld van die taak komt de inleiding uit zichzelf tot een einde.